Afdrukken

Maandag beginnen werkzaamheden

ERMELO – Eigenaar Bert van den Brink is blij dat maandag 24 augustus eindelijk de sloop van De Witte Herbergh kan beginnen. Het authentieke pand aan de Putterweg is al geruime tijd niet meer te redden en vastgoedeigenaar Van den Brink heeft al verscheidene plannen voor deze locatie op tafel gelegd.

,,Wij vangen maandag aan met de sloop waarna het perceel hopelijk binnen twee weken schoon zal zijn,” zegt de Ermeloër toch wel opgelucht. Het is een man van lange adem en dat had hij nodig bij dit project. Van den Brink verwacht binnenkort de ‘her-’bouwvergunning voor dit pand, dat ooit door de gemeente werd uitgeroepen tot een beschermd dorpsgezicht. ,,We gaan het dan ook herbouwen,” meldt Van den Brink. ,,Het wordt alleen niet wit omdat hij dat vroeger ook niet was.” De vastgoedeigenaar verwacht medio oktober, begin november te starten met de bouw.

Historie

Het witte gebouw kent een lange historie. Dirk van Riessens, een particulier verpleger, vroeg begin twintigste eeuw een bouwvergunning aan voor een woning ‘in de tuin van Rikkers’. Dat huis werd in 1908 gebouwd en het kreeg de naam Rehoboth. Hij woonde er jarenlang met zijn vrouw. Vervolgens werd het vlak voor en tijdens de Tweede Wereldoorlog door diverse mensen bewoond. Op 23 augustus 1934 trouwden Bertus Bakker P.zn en Steventje Rikkers. Ze kochten in 1948 Hotel Roelofsen - op de plek waar nu De Enk gevestigd is - en noemden het Hotel Peter. Na een aantal jaren verkochten ze het hotel en openden ze in 1954 restaurant De Witte Herbergh aan de Putterweg 2. Hoe lang het echtpaar Bakker De Witte Herbergh bleef beheren, is niet bekend. In 1970 nam het echtpaar Ben en Wil La Maitre De Witte Herberg (red: zonder ‘h’) over. Harderwijker La Maitre was in de zestiger jaren een begenadigd speler van VVOG. Hij begon De Witte Herberg in eerste instantie als pannenkoekenrestaurant, maar langzamerhand verschoof het aanbod naar café restaurant en zelfs cafetaria. Veel Ermeloërs bewaren nog herinneringen aan dit pand en de bewoners. Dick Boll: ,,Het was ongeveer 1958 toen er een familie Buurman de zetbaas was van de herberg. Hij was een gezellige barkeeper, maar dronk zelf ook in hoog tempo zichzelf onder de tafel. Zijn vrouw liet zich weinig zien, hoogstens als hij het niet meer trok, sprong ze even bij al was het maar om af te rekenen.” Het duurt even, maar volgens Bert van den Brink komt er op dezelfde locatie een zo goed als identiek pand.