Afdrukken

Op de motor door Afrika: natuur, cultuur en avontuur

ERMELO - Enkele dagen geleden zat Ron Hoogendijk (54) nog op zijn motor in Afrika. Nu zit hij al weer achter zijn bureau bij Bikerpolis in Ermelo. Met z'n gebroken middenhandsbeentje in het gips, dat wel.

De laatste 35 kilometer van de 3500 kilometer lange Dakarrit, nekte de ervaren biker. In het donker zag hij de trottoirbanden, die als afscheiding van de rijbaan fungeren, over het hoofd. Met 85 km per uur sloeg hij tegen het Senegalese asfalt. Dat deed toch wel zeer en hij bleek z’n middenhandsbeentje gebroken te hebben. Maar organisator Arjan Brouwer, die onderweg frontaal op een tegenligger klapte, had al een Senegalees ziekenhuis van binnen gezien, en die moest zelf z’n gips meenemen. Dat leek Hoogendijk toch maar niets, dus veel Ibuprofen en dat dempte de pijn enigszins voor de laatste dag. Hoogendijk: ,,In Afrika is off road rijden veiliger dan op de weg. Althans, wat ze ‘weg’ noemen. Je verwacht geen gaten die er dus wel zijn, in de woestenij ben je veel meer gefocust op kuilen enzo. Daarom anticipeer je meer en rij je veel geconcentreerder.’’

Voor iedereen

Hoogendijk reed voor de tweede keer deze Dakar2Dakarrit door Senegal en Gambia, een pittige rit van twee weken van Dakar tot Dakar. Deze Dutch Dakar Adventure wordt georganiseerd door Dakarveteraan Arjan Brouwer uit Putten. Brouwer deed zelf negenmaal mee aan de échte Parijs Dakar Rally, zowel op de motor als in een truck en auto. Aan deze rit, gebasseerd op de Dakar Rally deden dit jaar 35 deelnemers mee, waaronder één vrouw. Er werd gereden in drie niveaugroepen. ,,Ik ben de eerste week een van de voorrijders geweest in de laagniveaugroep. Dat betekent dat ik de GPS en kaarten bij me had om de route uit te stippelen. Omdat het geen wedstrijd is, blijven de rijders dan ook bij de groep. De tweede week ging ik in de snelle groep. En dat is natuurlijk veel leuker. In de eerste groep rij je zo’n 60 km per uur, de snelle groep gaat wel 110 km per uur.’’ Het mooie aan deze tocht is dat ook minder ervaren rijders mee kunnen. Er zijn van te voren twee trainingsdagen zodat de organisatie kan zien hoe behendig de deelnemer is met de motor. Hoogendijk: ,,Aan het eind van elke etappe kwamen we bij een hotel, of iets wat daar voor door moest gaan, en moest er eerst onderhoud aan de motor worden gedaan. Het is tenslotte jouw motor en daar ben je zelf verantwoordelijk voor. Iedere dag gingen we ’s morgens om 7.00 uur van start en reden dan gemiddeld zo’n 350 kilometer.’’

Conditie

Om deel te nemen aan deze tocht is een goede conditie echt nodig. Hoogendijk: ,,Je moet de hele dag heel gefocust zijn, want er rijdt een motor voor je, maar die zie je niet door het stof. Je moet continue anticiperen en dat doe je beter met een goede conditie. Ook sta je veel op de motor, in plaats van zitten, want dan kun je de klappen beter opvangen.’’ Hoogendijk deed de voorbereiding bij Get Healthy van Olav Pranger. Deze had voor de Ermelose coureur een persoonlijk trainingsprogramma ontwikkeld. Daarnaast is Hoogendijk nog op ‘warmtestage’ geweest op Bonaire.

Hutje

Tijdens de tocht kwamen de renners door steden en dorpen waar de allochtone bevolking al eerder kennis had gemaakt met de westerlingen. ,,Maar, we kwamen ook door dorpjes, met van die hutjes van leem en rieten dakje, waarvan je denkt dat die niet meer bestaan omdat je die alleen uit de boekjes en van de televisie kent. En die mensen waren heel vriendelijk. Het moet voor hen toch wel heel vreemd zijn, al die blanken op motoren, dit ingepakt in felle kleding met van die helmen. Aliens!’’, lacht Hoogendijk. Ondanks het mooie blauwe gips om zijn rechterhand is voor Hoogerdijk deze avontuurlijke offroadtrip van 3500 kilometer een geweldige ervaring geweest waar hij nog heel veel aan zal terugdenken.