Afdrukken

Verdachte stalking Ermelose journalisten in Hoger Beroep

ERMELO - Vanmiddag diende in Zutphen de rechtszaak tegen de verdachte Ronald E. (50) uit Asten, stalker van de Ermelose journalisten van Ermelo van NU. De politierechter verklaarde E. schuldig en vonniste twee maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast moet de man duizend euro schadevergoeding aan de journalisten betalen.

De Officier van Justitie achtte bewezen dat E. stelselmatig opzettelijk inbreuk had gepleegd op het privéleven van de Ermeloërs. Hij had daarbij meerdere ernstige bedreigingen geuit. E. belde niet alleen overdag, maar regelmatig ook ’s nachts. Zijn strafeis was dan ook stevig: 2 maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van 3 jaar, 150 uur taakstraf en een smartengeld van 1500 euro. De verdachte stelde zich tijdens de zitting als slachtoffer op en vond dan ook dat de journalist op zijn stoel behoorde te zitten. Volgens E. maakten de journalisten zijn bedrijf kapot door, zonder onderzoek, puur op basis van horen zeggen, allerlei beschuldigingen tegen hem te uiten. Niet hij pleegde strafbare feiten, maar de Ermelose journalisten. En dat beiden niet wisten wie ze aan de telefoon hadden, was ook onzin. Hij had zich immers meerdere malen netjes voorgesteld en de reden van zijn telefoontjes genoemd. Niet eenmaal tijdens de zitting gaf E. te kennen dat hij begrip had voor de spanning die zijn telefoontjes teweeg brachten in het Ermelose gezin.

Intimidatie

De rechter vond dit niet de manier om een geschil op te lossen. Er was immers ook de mogelijkheid om gewoon het gesprek aan te gaan, een brief te sturen of desnoods een juridische weg te bewandelen. E. gaf aan geen financiële mogelijkheden te hebben om een jurist in de arm te nemen. De Brabander gaf wel toe meerdere keren gebeld te hebben, maar zeker niet zoveel als de Officier aangaf. Daarbij zou hij hebben uitgelegd dat hij niet gediend was van de artikelen en dat de journalist op moest houden met hem zwart te maken. ,,Ik heb niet gestalkt en heb niet bedreigt, maar het kan wel zijn dat ze zich geïntimideerd hebben gevoeld. Maar dat was de bedoeling, ze moesten immers stoppen.’’ De man gaf aan te overwegen om alsnog aangifte te gaan doen tegen de journalisten want door de beschuldigingen aan zijn adres werd hem het brood uit de mond gestoten.

Privésituatie

Journalist Natalie Overkamp gaf in een emotionele verklaring aan wat de stalking met haar en haar gezin in die periode had gedaan. De Brabander reageerde verongelijkt: ,,Ze draait het om door mij steeds de stalker te noemen. Poppenkast, vind ik het. Gewoon zielig.’’ Vervolgens legde hij de rechter uit dat zijn privésituatie niet rooskleurig is. De kans was groot dat hij en zijn gezin in de schuldsanering zouden komen wegens een grote zakelijke schuld. Vervolgens verhaalde hij over de spanning in zijn gezin, dat er ramen bij hem waren ingegooid en dat er een tuinslag bij hun woning naar binnen was gedaan. Voor hem was dat duidelijk een link naar zijn bedrijf. ,,Veel mensen vinden het klaarblijkelijk fijn om op internet allerlei zaken over ons bedrijf te gaan schrijven. Dat heb ik uitgezocht en daarbij kwam ik ook op de artikelen van Ermelo van NU. Ik heb moeite met mensen die zich journalist noemen en daarmee anderen aanzetten tot haat.’’ De Astenaar gaf aan dat hij sinds 1995 dit bedrijf had en nog nooit trammelant had gehad. Mede door de artikelen op Ermelo van NU liep hij nu ontzettend veel schade op: klanten die niet betaalden en teruggetrokken orders. Hij had dus veel materiële en immateriële schade opgelopen. ,,Dit is op grove wijze broodroof, riooljournalistiek!’’ verklaarde E. Daarbij gaf hij ook nog aan dat de journalisten onterecht aangifte hadden gedaan en de feiten verdraaiden. In zijn ogen was er dus sprake van een valse vorm van aangifte.

Voorwaardelijk

De Officier gaf aan dat er toch wel duidelijk sprake was van stalking. Er waren immers tientallen telefoontjes gepleegd, waarbij een gedeelte ’s nachts. Hij vond dit een overtuigend bewijs van opzettelijke inbreuk op de levenssfeer en een volledig strafbaar feit. De Officier gaf ook aan dat er bij E. een gebrek aan inlevingsvermogen was door na de verklaring van Overkamp te verklaren dat dit poppenkast was. De politierechter nam een deel van de strafeis van de Officier over waarbij ze aangaf rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van E. Ze was echter absoluut niet te spreken over de houding van E., hij zette zichzelf neer als slachtoffer en de opmerking over de poppenkast na de verklaring van Overkamp vond ze ongepast. ,,Ik veroordeel u tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden met een proeftijd van twee jaar. Dat komt door uw houding hier en u heeft niet het recht in eigen hand te nemen. In de proeftijd van twee jaar mag er niets gebeuren of u krijgt de gevangenisstraf en meer erbij.’’ De eis tot schadevergoeding verlaagde zij naar duizend euro en de taakstraf naar honderd uur. Na deze uitspraak kondigde E. verongelijkt aan direct in Hoger Beroep te zullen gaan.