Nationale Tuinvogeltelling 2026: huismus verliest koppositie aan koolmees
Huismus voor het eerst niet op nummer één
ERMELO - In het weekend van 30 januari t/m 1 februari was er de Nationale Tuinvogeltelling. Er deden ruim 136.000 mensen aan mee en zij telden zo’n 1,9 miljoen vogels! De vogeltelling had dit jaar een bijzondere uitslag. Voor het eerst in 23 jaar stond aan het einde van de telling de koolmees bovenaan, in plaats van de – in aantal afgenomen – huismus.
Al jaren bestaat de top drie van de Nationale Tuinvogeltelling uit de huismus, de koolmees en de pimpelmees. Dit jaar is de huismus voor het eerst in 23 jaar niet op de eerste plaats geëindigd. De huismus werd 9% minder gezien in de tuinen ten opzichte van vorig jaar. De koolmees neemt dit jaar de eerste plaats over. Daarmee wordt de huismus dus na ruim twee decennia van de troon gestoten. De afname van de huismus begon al in de jaren tachtig, voornamelijk door verstening van tuinen en openbaar groen. Dit leidde tot een landelijke achteruitgang van meer dan 50%. De afgelopen jaren leken de aantallen zich te stabiliseren en was zelfs sprake van enig herstel. De verwachting was dan ook dat de huismus zijn koppositie zou behouden. Toch werd de huismus in minder tuinen gezien en daalde de gemiddelde groepsgrootte, zodat ook het totaal aantal huismussen in de telling is gedaald. Wat de exacte reden is van de afname van de huismus moet nader onderzocht worden. Vroegtijdige conclusies zijn moeilijk en daarom is het noodzakelijk om de mogelijke oorzaken van de daling beter te onderzoeken.
Huismus
Dat de huismus het moeilijk heeft, heeft alles te maken met hoe we onze tuinen en openbare ruimten inrichten. Veel steen, weinig of exotische planten. Daar kan een huismus niet van leven. Door onze tuinen vogelvriendelijker in te richten met (biologische) inheemse beplanting, kunnen we bijdragen aan een betere leefomgeving van de huismus.
Pimpelmezeninvasie
In oktober werd tijdens de najaarstrek een invasie waargenomen van ongewoon grote aantallen pimpelmezen. Dit effect is waarschijnlijk terug te zien in de tuintellingen: de pimpelmees staat in de voorlopige tussenstand op nummer drie en werd in 9% meer tuinen geteld dan vorig jaar. Een duidelijke toename zien we bij de kramsvogel, dit kan te maken hebben met de sneeuw-vorsttrek. Dit jaar werden er ruim 7.759 geteld, vorig jaar slechts 868. Opvallend is ook de comeback van de spreeuw, die na een afwezigheid van bijna tien jaar terugkeert in de top-10. Waar de huismus terrein verliest, laten spreeuwen een tegengestelde trend zien: grotere groepen (+5%) en een duidelijke toename in het aantal tuinen waarin ze zijn waargenomen (+10%). Ook zien we een kleine toename bij halsbandparkieten en merels.
Landelijke cijfers
136.903 Deelnemers, 1.898.916 Getelde vogels
1. Koolmees: 273.142
2. Huismus: 257.870
3. Pimpelmees: 197.544
4. Merel: 141.504
5. Vink: 123.251
6. Kauw: 119.189
7. Houtduif: 87.038
8.Spreeuw: 85.457
9. Ekster: 84.972
10. Roodborst: 79.394
Gelderland
19.275 deelnemers, 264.928 getelde vogels
1. Koolmees: 41.592
2. Huismus: 39.901
3. Pimpelmees: 31.887
4. Merel: 19.779
5. Vink: 17.327
Uitslag Ermelo
Ook in Ermelo werd de meest getelde vogel de Koolmees en Pimpelmees, pas op plaats drie kwam de Huismus. Stond vorig jaar de Vink en Merel op plaats vier en vijf, dit jaar wisselden zij van plek.
1. Koolmees: 791
2. Pimpelmees: 635
3. Huismus: 598
4. Merel: 552
5. Vink: 493
Vervolgens op 6 de Houtduif, 7 Roodborst, 8 Spreeuw, 9 Kauw en op 10 Turkse tortel
- Details
- Geschreven door Gert Hofsink
- Categorie: Actueel
- Gepubliceerd: 10 februari 2026