Groevenbeekse heide moet gemaaid vanwege het heidehaantje

Weinig paars op Groevenbeekse heide

ERMELO - De Groevenbeekse heide kleurt nauwelijks paars, dit in tegenstelling tot andere heidevelden. Oorzaak is het heidehaantje. Eens in de paar jaar rukt dit heidehaantje (Lochmaea suturalis) massaal uit en komt de heide nauwelijks tot bloei. Het is een kevertje, 5 tot 7 millimeter groot en lid van de familie van bladkevers.

Het heidehaantje eet uitsluitend heide. Deze kever is opvallend geelbruin met een zwarte kop. De larven van dit heidehaantje zijn erg week en geelgroen met zwart. Ze zuigen de blaadjes van de heideplanten leeg en de kevertjes eten vanaf juli onafgebroken de blaadjes van de heidestruik. Hierdoor kan de plant geen water meer opnemen waardoor het afsterft. De heide wordt daardoor bruin. Een deel van de struik loopt wel weer uit, maar het grootste deel niet.

Ongeveer 1 keer per 4 tot 6 jaar groeit de populatie uit en wordt het een plaag waardoor flinke oppervlaktes heide worden aangetast. ,,Zoals zo vaak en met zoveel insecten het geval is, kent het heidehaantje ook sterke schommelingen in de populatie. Een aantal jaren vormen ze een probleem om vervolgens voor langere tijd bijna geheel te verdwijnen," schrijft Henk Vlug van Insect Consultancy. Henk Jan Zwart van de gemeente Ermelo geeft aan dat het dan nodig is om de heide te plaggen om zodoende de hei te stimuleren weer uit te lopen. Daarom worden de komende maanden grote delen van de Groevenbeekse heide en het Houtdorper- en Speulderveld gemaaid. Door het maaien zal de heide over enkele jaren weer paars kleuren. Niet alle heide wordt gemaaid, een deel van de afgestorven heide blijft staan voor insecten en hagedissen. De plaag hoeft niet alleen een negatieve gevolgen te hebben. Door het beheer krijgt de heide een gevarieerd karakter. Sommige plekken zijn dichtbegroeid, andere zijn open en jonge planten staan naast oude planten.