Werken in de horeca is leuk maar zwaar

ERMELO – Dat heb je er van, als je een keer spontaan je hulp aanbiedt aan een uitbater van een horecazaak, in dit geval aan Ruurd Post van In de Volksmond. 'Wanneer je me nodig hebt, wil ik je best een keer helpen'. In de Volksmond schenkt immers voor de journalisten van ErmeloVanNu elke dinsdag een bakje koffie en voor wat hoort wat, zo heb ik altijd geleerd.

En dan mag je een avond meehelpen tijdens een braderie. Hoewel ondergetekende in het bezit is van een café- en restaurantdiploma alsmede een middenstandsdiploma voor 'het geval dat ooit eens van pas zou kunnen komen', heeft ze in de praktijk nog nooit een pilsje getapt of met een dienblad gelopen. Dus nee, liever niet in de bediening, veel te bang dat er een dienblad met frietjes, of erger met wijntjes, in iemands schoot belandt. Dan liever achter de tap op het Pauwenplein. Maar nooit geweten dat een pilsje tappen zo moeilijk was. In het begin alleen maar schuim, maar geleidelijk aan beginnen zich echte pilsjes te vertonen, met een mooie schuimkraag. Ook weer geleerd. Maar wat was het hectisch en bijzonder, in elk geval voor iemand die nog nooit in de horeca heeft gewerkt en die zelf nooit bier of frisdrank drinkt en de merken en namen dus amper kent.

Bestellingen

Terwijl de braderie al om half zes veel mensen op de been bracht, startte de ploeg van drie man waarvan ik deel uitmaakte om zes uur met bestellingen opnemen. Tot kwart voor tien een stroom van bestellingen en gelukkig dat er briefjes onder mijn neus werden neergelegd, want anders had ik het niet kunnen onthouden. Soms lagen er drie briefjes met bestellingen tegelijk en tapte ik met een hand bier en met de andere hand schonk ik koffie in of schonk cola, sprite, jus d'orange, cassis, wit bier, maltbier, rose, witte wijn alsof ik nooit anders had gedaan. Blokjes ijs er in, citroen erbij. Oeps, de koffie is op, gauw nieuwe maken, maar intussen moet ook de tap lopen voor de biertjes die er met dit weer wel in gaan. De andere dames lopen af en aan met dienbladen. O jee, de ijsemmer is bijna leeg en o, er moeten ook ice teas komen vanaf de overkant, en ook de citroentjes zijn op. Neem meteen ook even tonic mee want ook daarvan hebben we er nog maar een paar. En dan, natuurlijk sputtert op het drukste moment ook de tap, leeg. Een nieuw fust wordt gauw aangelegd. Niet door mij, ik zou niet weten hoe dat moest. Blij dat we weer verder kunnen. Intussen stapelen de lege flessen zich op. Wat gaat er veel vocht doorheen op zo'n avond. Ik moet nodig plassen, maar eigenlijk kan het niet. Gelukkig is er een moment dat ik even naar de overkant kan. Dat lucht op, maar wat is het warm. Gelukkig is de zon weg van ons plekje en wordt het wat koeler.

Drukte

Aan de overkant draven de anderen met dienbladen met eten en drinken. Wat een drukte, de mensen schuifelen langs de kramen en nemen tussen de bedrijvigheid door een drankje en velen besluiten een hapje te eten. Een zomeravond zoals je in Nederland niet elke zomer hebt. Om kwart voor tien neemt de drukte wat af. He he, even zitten op het beertje. Nu voel ik het wel dat ik vier uur heb gestaan. Maar nu moet er natuurlijk nog wel opgeruimd worden. De kratten lege flessen worden afgevoerd met een steekwagentje. De tap ontmanteld en de tafeltjes worden schoongemaakt. De overgebleven ijsblokje verdwijnen in de put, ook het afvalwater van de tap en het water waarin de flessen werden gekoeld. Vier vuilniszakken vol worden naar de overkant gebracht. Daar lopen de medewerkers op hun tandvlees. Zij moeten ook daar het terras nog schoonmaken. Het hoort er allemaal bij. Inmiddels is het tien over elf. Mijn corvee zit er op. Het was heel erg leuk maar ook hectisch. Als je het me eerlijk vraagt schrijf ik liever 'stukjes', maar ik heb altijd gezegd dat je alles een keer moet doen. Ik heb wel een enorm respect gekregen voor mensen die in de horeca werken. Petje af, want wat is dat werk zwaar! Geef mij maar de pen, die is heel wat lichter!

Gauw op de fiets in het donker naar huis. Maar vergeten dat het zo donker is in het bos van Veldwijk, dat ik bijna in de brandnetels beland. Niet door de drank, want daar heb ik geen tijd voor gehad. Wel eng zo in de volledige duisternis van het bos, brrr. Eenmaal thuis, lekker de benen omhoog en uitpuffen. Ik heb het verdiend.