Jaarlijkse tuinvogeltelling komt eraan.

ERMELO - Vorig jaar stond de huismus met grote voorsprong op nummer 1 van de Nationale Tuinvogeltelling. Ook dit jaar kan men zich weer inschrijven om de tuinvogels te tellen. De organisatie van dit burger wetenschappelijk onderzoek wordt georganiseerd door Vogelbescherming Nederland en Sovon Vogelonderzoek Nederland.

Overigens dat de huismus op nummer 1 stond is niet dat die vogel het meeste voorkomt in de Nederlandse tuinen. De reden is dat deze vogeltjes in grote groepen leven en dus met meerdere tegelijk geteld worden. Na de huismus werd de koolmees en de merel het meest geteld. Vorig jaar werden er zo'n 571.000 vogels geteld op een zondagmiddag. Tuinen vormen in het verstedelijkte Nederland een steeds belangrijker overwinteringsplek voor allerlei vogelsoorten. Daarom organiseren de beide verenigingen jaarlijks in januari de Nationale Tuinvogeltelling. De telling bestaat sinds 2003. De eerstvolgende landelijke telling zal plaatsvinden op 17 en 18 januari. Het mooie aan deze telling is dat iedereen er aan mee kan doen. Jaarlijks tellen tienduizenden mensen vogels die ze zien in hun tuin of op hun balkon. Het doel van deze tuinvogeltelling is om zo de aantallen en verspreiding vast te stellen van in tuinen overwinterende vogelsoorten. Alleen de soorten die zich in of vlak bij de tuin ophouden en dus een 'relatie' met de tuin hebben mogen worden geteld.

Zachte winters

Wat opvalt is dat er door het zachte winterweer minder vogels in de tuinen te zien waren en dus heeft het zachte weer duidelijk invloed op de telling. Er werden bijvoorbeeld vorig jaar beduidend minder vogels in de tuinen gezien dan in voorgaande jaren. In het buitengebied is door het milde weer nog veel voedsel beschikbaar, waardoor vogels niet genoodzaakt zijn voor hun voedsel naar de tuinen te trekken. Het duidelijkst was dit te zien bij de vink. Werd er in 2013 gemiddeld 2,7 vink per tuin gezien, in 2014 bleef het aantal steken op 1,5. Bij de koolmees en pimpelmees is hetzelfde beeld te zien.

Weinig spreeuwen

Niet eerder waren er bij een telling zo weinig spreeuwen gezien, gemiddeld 0,7 spreeuw per tuin. Ook hier speelde het weer een rol: de spreeuwen zoeken hun voedsel nu in het buitengebied. Tegelijkertijd wordt geconstateerd dat het aantal spreeuwen door de jaren heen in de tuinvogeltelling afnemen, een beeld dat overigens overeenkomt met andere tellingen. Het toont aan dat het aantal spreeuwen in ons land aan het afnemen is.

Werkwijze

Tel op 17 of 18 januari 2015 een half uur de vogels in de tuin. Het beste kan men voor het raam gaan zitten of op het balkon, met uitzicht op de tuin. Er wordt precies een half uur geteld . Vogels die alleen overvliegen, tellen niet mee. Tel het hoogste aantal vogels van een soort die tegelijkertijd wordt waargenomen. De telling kan doorgegeven worden via de app Tuinvogels of via de website tuinvogeltelling.nl. Men kan de telling tot uiterlijk maandag 19 januari 12.00 uur doorgeven.