Kruidenbitter en kandeel op Middeleeuwse markt

ERMELO – Meer dan drieduizend mensen gingen gisteren terug in de tijd tijdens het Middeleeuws Feest op het Molenaarsplein in Ermelo. Dansend op de muziek van Datura en luisterend naar goochelaar Jannes, voor jong en oud was er veel te beleven.

Verschillende ambachtslieden legden uit hoe men in vroeger tijd gereedschap maakte en hoe men handwerkte. Veel kinderen namen deel aan Middeleeuwse spelletjes. Naast ringgooien en boogschieten werd er geschaakt en wie niet uitkeek kreeg een plek in het schavot. ,,We hebben vooral ingezet op de beleving,” vertelt Germa Greving, medeorganisator vanuit museum Het Pakhuis. ,,Weken lang zijn we druk geweest met vlaggen maken en schilden verven. Daar hebben we veel hulp bij gehad tijdens NL Doet.” Het is de derde keer dat museum Het Pakhuis dit evenement samen met de VVV Ermelo organiseert. ,,Het wordt steeds groter. Niet qua vierkante meters, want het Molenaarsplein is niet groter, maar qua inhoud.”

Armoede

Ook dronkaards mochten niet ontbreken op het feest. Deze periode in de geschiedenis kende immers veel armoede en ziekte. En drank stilde dan enigszins de pijn. Middeleeuwse drankjes waren zaterdag dan ook te proeven. Een kruidenbitter bij Gert Aschman, maar ook was er kandeel, een Middeleeuws kraamdrankje. Familieleden en goede vrienden die op kraamvisite kwamen, werden in vroeger dagen op deze drank getrakteerd.

Grote trekker was de muziekgroep Datura die al meer dan tien jaar optreedt met Middeleeuwse instrumenten. Op het Molenaarsplein werden zelfs de eerste danspassen uitgelegd. Figuranten, veelal afkomstig van de Ermelose theatergroep Spiegel, dansten al snel mee. Alle zintuigen werden overigens geprikkeld want er was een heus varken aan het spit, maar ook werd er zalm gerookt en kon men kluiven aan kippenpootjes. ,,Het ziet er prachtig uit,” meldde een ouder echtpaar terwijl ze over het plein liepen. Een vader zocht zijn kind en vond deze in de grote strobak. ,,Een Middeleeuws springkussen,” lachte hij. ,,Gelukkig mogen ze hier hun schoenen aanhouden.”