WerkCentraal

Wethouders missen verbindende burgervader 

ERMELO – Burgemeester André Baars herkent zich in de conclusies van het onderzoek dat vanmiddag gepresenteerd is. Baars: ,,Het is duidelijk te lezen dat niet alleen de burgemeester debet is aan de ontstane situatie, maar het een samenspel is van alle bestuurders." De wethouders zijn echter van mening dat de rol van verbinder en neutrale, boven de partijen staande burgervader, wordt gemist. 

De wethouders hebben een andere zienswijze. Zij stellen dat, in tegenstelling tot wat in het verslag van de verkenners staat, er in Ermelo geen sprake is van een bestuurscrisis. 'Er is wel sprake van een min of meer problematische verhouding tussen de wethouders en de burgemeester,' zeggen de vier wethouders en dat blijkt ook uit het briefverslag. De burgemeester verklaart toe te zien op de bewaking van een zorgvuldige besluitvorming. ,,Daarin ben ik communicatief direct, wat soms ervaren kan worden als ‘directief’. Echter voor mij staat altijd voorop, dat Ermelo op een zorgvuldige en integere manier bestuurd wordt; daar blijf ik me dan ook me te allen tijde voor de volle 100% voor inzetten,” aldus Baars. 

Rol burgervader

Een burgervader met de rol als verbinder; dit element komt slechts zeer beperkt aan bod. ,,Er wordt vooral ingezoomd op de rol van de wethouders die niet collegiaal zouden opereren en zich vooral terug zouden trekken op de eigen portefeuilles." En daarin herkent het viertal zich niet. ,,Wij distantiëren ons hiervan. Sterker nog, de onderlinge relatie is collegiaal en stoelt op onderling vertrouwen. Wij merken dat, natuurlijk met vallen en opstaan, er nieuw elan en een nieuwe bestuurscultuur is ontstaan."

Twijfel

Verder willen de wethouders aangeven dat zij, in tegenstelling tot de verkenners, de burgemeester niet willen karakteriseren als ‘zondebok’. Het moet hier voldoende zijn om te constateren dat er bij de wethouders twijfel heerst ten aanzien van het functioneren van de burgemeester. Dat is een constatering en maakt iemand niet tot zondebok. Het college wacht nu verder de raadsbehandeling van het verslag van de verkenners af.