Henriëtte van Heemstrahuis druppel op de gloeiende plaat

ERMELO - Eind 2018 zal in het Henriëtte van Heemstrahuis plaats zijn voor circa 48 zogenaamde spoedzoekers. Met deze locatie komt een eerste grote, eenvoudige, voorziening voor tijdelijke huisvesting beschikbaar. De gemeente realiseert hiermee de helft van de beoogde honderd plaatsen. Maar hoeveel spoedzoekers heeft Ermelo eigenlijk en wat is de woonbehoefte? Om dit in beeld te krijgen, is er een onderzoek gedaan.

Dit onderzoek, dat aantoont dat er minimaal zestien 'Henriëtte van Heemstrahuizen' nodig zijn om alle urgente gevallen te kunnen helpen, moet richting geven aan de zoektocht naar andere locaties. Hierbij staat de vraag centraal welke (im- en expliciete) woonvragen er bij verschillende groepen kwetsbare burgers zijn en wat de aard, omvang, en urgentie van deze groepen is. Wethouder Jan van den Bosch: ,,Binnen de gemeente zijn we hard bezig om het tekort aan goedkopere (huur) woningen terug te dringen. Dit onderzoek maakt nog eens duidelijk dat het een urgent vraagstuk is.” Volgens hem is de aanpak gericht op verschillende pijlers. ,,We maken jaarlijks prestatieafspraken met woningcorporatie Uwoon.” In de jaarafspraken van 2018 hebben de gemeente en Uwoon beloofd zich gezamenlijk in te spannen om t/m 2020 150 sociale huurwoningen te realiseren. Hierbij gaat het om maximaal 30 tijdelijke woningen. ,,Om dit te bereiken, onderzoeken we op dit moment gezamenlijk de mogelijke locaties. Voor een aantal locaties bestaan er al vergevorderde plannen voor nieuwe sociale huurwoningen, zoals Kerklaan/Postlaantje en de Driesprong. Daarnaast is de gemeente op zoek naar locaties waar met andere partijen tijdelijke woningen kunnen worden gerealiseerd en zijn we met marktpartijen in gesprek over het realiseren van meer goedkopere woningen,” aldus de wethouder die komende week zijn werk overdraagt aan zijn collega’s vanwege zijn vertrek.

Starters

Uit het onderzoek is gebleken dat de woonbehoefte aan tijdelijke sociale woonruimte vooral ligt bij jonge starters met een laag inkomen, jongeren met een zorgvraag of uitstroom uit zorg en mensen met een urgente woonvraag. De directe urgentie in de sociale woningmarkt wordt momenteel echter in belangrijke mate afgevangen door permanente bewoning op vakantieparken. Dit geldt zeker voor de woonvraag bij starters, jongeren. De behoefte aan tijdelijke huisvesting is dus groot, maar daardoor met name voor de groep ‘uitstroom uit zorg” urgent. Op de vraag of een Henriëtte van Heemstrahuis dan vooral bedoeld is voor mensen met een zorgvraag, antwoordt Van den Bosch: ,,Een urgente verhuiswens hoeft niet te betekenen dat mensen ook grote persoonlijke problemen hebben en zorg nodig hebben. Soms valt een woonvraag en een zorgvraag samen, maar dat hoeft niet. Bijvoorbeeld na een scheiding kan iemand dringend behoefte hebben aan woonruimte. Hetzelfde geldt voor iemand die een baan in Ermelo heeft geaccepteerd, maar in Limburg woont of voor een jongere waarvoor het goed is dat hij/zij op zich zelf gaat wonen. Voor dergelijke situaties is het Henriëtte van Heemstrahuis prima geschikt. Daarnaast willen we locatie inzetten voor mensen die vanuit een zorgsituatie op zichzelf gaan wonen, het huisvesten van vergunninghouders of mensen die voorheen op een vakantiepark woonden.”

Verschillende doelgroepen

Het vraagt extra aandacht voor een goede balans van dragende en vragende bewoners (Magic Mix), sociaal beheer op de locatie en een goed werkende woon- zorgcoördinatie in de sociale woningmarkt. ,,We willen in het Henriëtte van Heemstrahuis verschillende doelgroepen door elkaar laten wonen, waarbij geen van de doelgroepen domineert. Er wordt een goede balans gezocht van dragende en vragende bewoners. Om dit te bereiken moeten woningzoekenden straks als het ware ‘solliciteren’ op één van de woningen, waarbij zijn of haar motivatie wordt beoordeelt en gekeken wordt of iemand past bij het complex,” zo schetst Van den Bosch. Overigens is de conclusie van het rapport dat de woonbehoefte aan sociale woonruimte bestaat uit zo’n 800 woningzoekenden. Het aantal van 100 plaatsen is relevant, maar zeker niet toereikend en moet daarom zorgvuldig worden ingezet voor de meest urgente groepen waarvoor de markt niet op korte termijn oplossingen vindt. Tot slot wordt geconcludeerd dat het structurele tekort aan eenpersoonswoonruimte lijkt te worden onderschat en, op (middel-)lange termijn, alleen passend bouwen de urgentie structureel verlaagt.